Blijven ontwikkelen in vakgebied

Blijven ontwikkelen in vakgebied

 

'Kun je erbij komen?" vragen collega’s die nieuwe opleidingen opzetten soms aan Jan van der Wiele. Vanwege zijn vakinhoudelijke kennis, zijn contacten buiten school en zijn ervaring met ontwikkeling van nieuwe opleidingen. En vanwege het altijd zoeken naar kansen zoals nu met gis en drones.

Onderwijs kan niet achterblijven als er ontwikkelingen zijn op het vakgebied, vindt Jan van der Wiele (58), docent Wellantcollege Houten. Wat heeft het voor zin om mbo’ers voor de arbeidsmarkt van de toekomst verouderde kennis en vergeten praktijken te onderwijzen?

Sinds 1980 geeft hij les in groen onderwijs. Zo’n 2000 leerlingen hebben sindsdien les van hem gehad. Met een aantal daarvan voelt hij nog steeds een band. “Dan hoor je: dat was een leuke tijd. Ze herinneren zich excursies, buitenlandreisjes, bijzondere projecten.”

 

Vanzelf vernieuwen

Hij begon op het Centrum voor Tuinbouwonderwijs in Utrecht waar hij les gaf in deeltijdopleidingen, het vroegere leerlingstelsel. “Opleidingen die dicht tegen de beroepspraktijk aanlagen.” Met de aoc-vorming kwamen deeltijd en voltijd bij elkaar. En Van der Wiele werd docent in Tuin, park en landschap, opleidingen voor hoveniers, groenvoorzieners en medewerkers tuincentra en recreatiebedrijven. Hij zette er de niveau-4-opleiding Technisch medewerker recreatiebedrijf op. Maar hij stond ook voor groepen op niveau 1. “Ik geef ook al twaalf jaar les op de Sociale Werkplaats in Amsterdam, entreeopleidingen. Blijkbaar een doelgroep die me wel ligt.”

Toen Wellant in 2009/2010 de strategie heroverwoog en nadacht over inhoud, methodiek en organisatie, was Van der Wiele betrokken bij de ontwikkeling van opleidingen op het gebied van watermanagement en urban green development. In overleg met onder meer Waterschap Rivierenland. Hij maakte bijvoorbeeld wiki-arrangementen: “een prachtige manier om allerlei elementen, met bijvoorbeeld filmpjes en opdrachten, online bij elkaar te zetten.” Hij is nieuwsgierig, zegt hij. “Dan vernieuw je vanzelf. We hebben nu bijvoorbeeld een drone aangeschaft. Daar zie ik toepassingskansen en dan maak ik daar een stukje lesstof voor.”

Het is niet alleen via formeel onderwijs (cursussen en opleidingen) waarmee Van der Wiele zich blijft ontwikkelen, maar vooral informeel. Dat wil zeggen: openstaan, luisteren, vakbladen lezen, bij bedrijven langsgaan en nieuwsbrieven lezen zoals die van Groen Kennisnet. Praten met collega’s van andere opleidingen of verzorgen van in-companytrainingen op bedrijven. “Er is zoveel te vinden. Daar hoef ik niet per se voor naar een cursus. Ik heb één slechte eigenschap, namelijk dat ik het soms te druk maak voor mezelf. Dan moet er op de rem worden getrapt: nu even niet, Jan!”

 

'Je deelt ook een bepaalde bloedgroep in dit onderwijs'

 

Verbondenheid

“Er was voorheen meer geld voor innovatieprojecten, bijvoorbeeld onder de Groene Kennis Coöperatie (GKC). Die stopte in 2013. Er was meer ruimte. Niet alle clubjes buiten school zijn weg, want ik zit nog in de vakgroep Groen, overkoepelend voor heel Wellantcollege, en de Groene Draad, landelijk. Maar in de GKC-tijd waren er meer verbanden. We hielpen ook met examinering in Limburg of Leeuwarden. De minister gaf ons ruimte, tijd en middelen voor dat soort uitwisseling.”

“Je deelt ook een bepaalde bloedgroep in dit onderwijs”, zegt hij over zijn relaties over instellingen heen, bijvoorbeeld nu nog met Van Hall Larenstein en mensen van Alterra (Wageningen Research). “Je bent met hetzelfde bezig: ontwikkelingen in de landbouw en op het platteland. En daardoor voelde je zeker in de tijd dat er nog een ministerie voor Landbouw was, toch een soort van teamplayer.”

“Als je elkaar dan spreekt vanuit verschillende instellingen, merk je dat je in het mbo eigenlijk weinig weet van hbo of vmbo. Dat wordt er niet beter op. Ik heb mijn netwerk en ik probeer de contacten aan te houden, maar je merkt dat de relaties tussen groen-onderwijsinstellingen geen prioriteit meer hebben. Het verwatert.”

“Aan de andere kant, als je dan eens op een andere groenschool komt, merk je dat de scholen het vak uitademen. Mooi, en dat moet ook. Het is wel illustratief voor de groen-onderwijsverbondenheid dat we toen we met een paar collega’s langs het verbouwde Clusius Castricum kwamen, ze ons met plezier een rondleiding gaven. De gebouwen zijn belangrijk, maar uiteindelijk gaat het bij onze opleidingen om de groene ruimte buiten de scholen. Dat lijkt me essentieel.”

 

>> download.artikel