Gezicht van gewasbescherming

Gezicht van gewasbescherming

Piet Vlaming is weliswaar de man van het cursusonderwijs bij Clusius. Gewasbescherming en alles wat zich daaromheen beweegt. Maar hij verbindt vooral ook landelijk.

 

Vlaming (62) heeft een uitgebreid landelijk netwerk en komt geregeld naar Wageningen. Daar deed hij een studie Plantenziektenkunde. In 1981 begon hij als docent akkerbouw, gewasbescherming en biologie op de Middelbare Landbouwschool Hoorn. Hij is nu vier dagen in de week cursuscoördinator bij de Onderwijsgroep Noordwest-Holland, een samenwerking van cursusonderwijs van Clusius College en ROC Kop van Noord-Holland. Les geeft hij niet meer. Eén dag per week is Vlaming beschikbaar voor ‘landelijke dingen’.

 

Wageningse kennis

Zijn bemoeienis met cursusonderwijs begon in de jaren 90. Ondernemers in de landbouw moesten, wilden ze op een verantwoorde manier hun gewassen beschermen tegen ziekten en plagen, een spuitlicentie halen. Aoc’s boden die cursussen aan. Vlaming: “Elk aoc ging zelf materiaal ontwikkelen. Een paar jaar later vroegen we ons af: kunnen we dat niet beter gezamenlijk doen? Daaruit ontstond in 2001 de stuurgroep Gewasbescherming.”

“Wil je dan nieuwe kennis binnenhalen, dan moet je naar Wageningen, bedacht ik. Daar ben ik contacten gaan leggen. De stuurgroep functioneerde als een soort klankbord voor de vertaling van Wageningse kennis in het aoc-onderwijs.”

 

Gedeelde kennis

De financiering van de stuurgroep komt uit cursusonderwijs. Elk aoc doneert jaarlijks een bedrag. De stuurgroep heeft geregeld overleg en praat over de spuitlicenties met het ministerie en bedrijfslevenpartners zoals Cumela en LTO Nederland. Vlaming vertegenwoordigt er de gezamenlijke aoc’s. Hij waardeert de korte lijnen met het ministerie, zegt hij. “Als er iets verkeerd gaat of regelingen onwerkbaar zijn, kan er snel naar een oplossing worden gezocht.”

De aoc’s beschikken nu over veel gedeelde kennis en materiaal op het gebied van gewasbescherming. Vlaming noemt de beeldenbank op Groen Kennisnet. “Een ander succesje is de overdracht van 7.500 dia’s van de oude Plantenziektekundige Dienst in Wageningen. Zo’n aanbod krijg je omdat ze je weten te vinden.”

Bollenacademie

Naast de stuurgroep gewasbescherming is Vlaming actief in de Bollenacademie. Hij is er secretaris van het dagelijks bestuur. “De bollenwereld is een klein clubje”, zegt Vlaming. De contacten die de school in Hoorn met de sector had, werden serieuzer toen ook andere aoc’s met bollenonderwijs zoals Wellant en Groenhorst zich aansloten. In 2002 werd besloten van de Bollenacademie een stichting te maken. “Er kwam steeds meer een link met onderzoek, in dit geval van het Wageningse PPO, en ten slotte deed ook het hbo mee.”

Doel is verbetering van de kwaliteit van het bollenonderwijs en vergroting van de instroom. En de Bollenacademie is nu bezig de kennis in onderwijs vast te leggen (project Studiebol) omdat er maar weinig docenten meer zijn met kennis van de bollenteelt.

 

'Wil je nieuwe kennis binnenhalen, dan moet je naar Wageningen'

 

Landelijke samenwerking

“Ik vind het leuk omdat je dingen met elkaar kunt verbinden”, zegt Vlaming over zijn inzet voor Gewasbescherming en Bollenacademie. “Je bent met nieuwe dingen bezig en je kijkt vooruit. Je ontmoet nieuwe mensen en het helpt altijd in de ontwikkeling als mensen elkaar kennen. En ik vind het leuk omdat je in zo’n landelijke samenwerking echt resultaat kunt krijgen. Bijvoorbeeld zo’n beeldenbank of centralisering van de gewasbeschermingsexamens. Als Clusius alleen krijg je dat niet voor elkaar.”

Vlaming heeft de golfbeweging gezien van landelijke samenwerking en het verdwijnen daarvan. Zo had je vroeger landelijk vakgroepen waarin docenten op een bepaald vakgebied met elkaar aan uitwisseling deden. Die verdwenen in de loop van de jaren 90, “want het moest anders. Dan verdwijnt ook een landelijke infrastructuur.”

Met projecten los je dat niet op, denkt hij. “Projecten zijn mooi, maar alleen voor de duur van het project. Daarna verdwijnt het product in de kast, want er is niemand meer verantwoordelijk voor. Je moet doorlopende clubjes hebben, clubjes die het materiaal dat ooit is ontwikkeld weer uit de kast halen. Zoals wij. Ik hoop nu dat de Centra voor Innovatief Vakmanschap en Centres of Expertise blijven want continuïteit is belangrijk.”

 

>> download.artikel