Het gemak waarmee ze naar buiten gaan

‘Het gemak waarmee ze naar buiten gaan’

 

Een antwoord op de vraag naar de pedagogische kwaliteiten van de groene leeromgeving ligt volgens Stan Frijters in Leren voor Duurzame Ontwikkeling. Niet voor niets dat zo’n project juist in groen onderwijs draait.

 

“We willen een onderzoekende houding stimuleren bij leerlingen, kritische meningsvorming gekoppeld aan waardenontwikkeling en participatie”, zegt Stan Frijters (1959). Hij is sinds 2007 docent en onderzoeker bij Stoas, nu Aeres Hogeschool Wageningen. Hij studeerde biologie aan de VU en raakte daar geïnteresseerd in Natuur- en MilieuEducatie (NME). Bij Stoas zat hij in een onderzoekerscollectief dat met docenten naar de kansen voor Leren voor Duurzame Ontwikkeling (LvDO) op groene scholen keek.

NME ontwikkelde zich, vertelt Frijters. “De laatste tien jaar is er een verschuiving geweest van NME naar Leren voor Duurzame Ontwikkeling. LvDO is uitgebreider en complexer. Het heeft te maken met de ambitie dat je kort door de bocht gezegd leerlingen waarden wilt laten ontwikkelen waardoor ze milieubesparend gedrag gaan vertonen. Daarbij komt de liefde voor authentieke vraagstukken in deze onderwijsaanpak, het gevoel dat wat leerlingen doen echt zinvol is.”

Het gaat er volgens Frijters in LvDO om dat leerlingen zich afvragen: wat is de oorzaak van problemen, wat zijn oplossingen en wat is de impact van die oplossingen? Dat dit project juist in groen onderwijs draait, komt ongetwijfeld omdat weloverwogen handelen, met oog voor consequenties van je beslissingen voor de groene omgeving, er uitermate bepalend is voor eventuele toekomstige problemen of het voorkomen ervan. Denk bijvoorbeeld aan klimaatverandering.

“Scholen moeten zelf de leeromgeving aanpassen opdat leerlingen dat verantwoordelijkheidsbesef ontwikkelen. Daar zijn we nu mee bezig in een professionele leergemeenschap bij Clusius College, met acht docenten en milieucoördinatoren, een schooldirecteur en ik. Deelname van de directie is belangrijk want dit veranderingsproces kan alleen een succes worden vanuit een gezamenlijke visie en inzet van de school, de zgn. whole school approach. De eerste resultaten zijn bemoedigend.”

Naar buiten

Toch is het niet eenvoudig. “Leerlingen meenemen in LvDO is complex omdat je een waardenontwikkeling stimuleert met consequenties voor de sector. Het zou kunnen dat dan bedrijven moeten sluiten. Dat zijn echte dilemma’s waar groen mbo zich bewust van is. Leerlingen hebben thuis vaak een bedrijf en komen bijvoorbeeld met de vraag: mooi, dat verhaal, maar wij hebben last van hertenvraat, wie betaalt de afrastering?”

“Mensen in de stad zijn misschien liefhebbers van groen, maar het is anders als je ermee werkt. Als je ervan afhankelijk bent voor je inkomen. Ik denk dat leerlingen op groene scholen sensitiever voor groen zijn en verbondenheid voelen. Dat ze daarom beter waarde aan de groene omgeving kunnen toekennen. Dat zou je eigenlijk moeten meten.”

“Bijzonder op groene scholen is het gemak waarmee ze naar buiten gaan en de theorie aan praktijk verbinden. Dat betekent dat veel leerlingen in groen onderwijs, vooral mensen die uit de sector komen, anders naar kennis kijken. Ze leggen meteen de verbinding naar de praktijk, sterker dan in overig onderwijs. Dat doen we toch goed.”

“Het betekent niet direct ook meer duurzaamheid, want hoveniers bijvoorbeeld willen de klant tevreden houden. Dan zeg ik: je zou op school moeten leren samen met de klant de afweging te maken. Zo van: ik kan dat nu wel doen, maar dan moet dat volgend jaar weer. Een iets duurdere, maar duurzamere oplossing zou zijn om het meteen goed te doen. Het is mooi dat er docenten zijn die leerlingen dat gesprek laten oefenen, bijvoorbeeld in de leerlingbedrijfjes op school. Ze zeggen dan: dit bedrijfje gaat maatschappelijk verantwoord ondernemen. En leerlingen zoeken uit hoe ze dat kunnen doen.”

'Ik denk dat leerlingen op groene scholen sensitiever voor groen zijn en verbondenheid voelen. Dat ze daarom beter waarde aan de groene omgeving kunnen toekennen'

 

Etaleren

“Wat vraagt LvDO van scholen? Als je de wending naar duurzaamheid goed aanpakt is er voor groene scholen een unieke kans zich vanuit een zeer eigen identiteit te profileren. Die groene identiteit kan het onderwijs zo meer toekomstgericht maken. Directies moeten zeggen: we gaan ervoor. Als het gaat om de verbinding leggen van binnen naar buiten hebben we op groene scholen echt een voorsprong. Daarin moeten we verder gaan.”

“De relatie van docenten met leerlingen verschuift dan van kennisoverdracht naar kennisverwerving. Dat vraagt veel dialoog. Leerlingen moeten leren beargumenteerd afwegingen te maken en zich onderling uit te spreken. Ik zie dat groen onderwijs open staat voor zo’n aanpak en als dat lukt, als docenten zo’n dialoog bijvoorbeeld nog meer vanzelfsprekend gaan vinden, zie ik voor ons onderwijs heel veel kansen.”

“Zo’n aanpak zegt wel iets over de bijzondere pedagogische kansen van groen onderwijs. Wat dan ook opvalt, is de natuurlijke manier waarop docenten op groene scholen met leerlingen omgaan. Veel ouders van zorgleerlingen zien ook dat hun kinderen er op de goede plek zitten. Het is niet voor niets dat in dit onderwijs zoveel zorgleerlingen zitten. Groen onderwijs geeft die leerlingen een kans om hun capaciteiten te ontdekken.”

“Dat ademen we misschien nog onvoldoende uit, die bijzondere kwaliteiten. We etaleren ze niet, maar vraag je ernaar dan zie je er steeds meer.”

>> download.artikel