Internationale ervaring kan je leven veranderen

Internationale ervaring kan je leven veranderen

 

Sinds bekend is dat mbo-leerlingen paraveterinair van Lentiz Maasland voor hun opleiding naar Wales gaan, groeit deze opleiding. Ze vertrekken als kinderen en komen jongvolwassen terug, zegt Henk van der Pol.

 

“De topper is ons Wales-project”, zegt Henk van der Pol, trekker van internationalisering op Lentiz Maasland. Hij vertelt hoe dat begon. “We wilden graag dat onze paraveterinairen een verloskundestage in het buitenland deden. Schapen helpen met lammeren bijvoorbeeld. Als docent Engels leek het me mooi als ze die stage in een Engelssprekend land konden doen. Dan zijn ze een tijdje van huis, in een andere cultuur en in een andere taal. Ik kan tegen ouders honderd keer zegen: ik kan ze in een half jaar een hoop bijbrengen, maar ze leren daar in vier weken tijd veel meer. Ze geloven het misschien eerst niet, maar uiteindelijk erkennen ze het allemaal.”

Zo'n 70 tot 80 procent van de mbo’ers van Lentiz Maasland gaat nu tijdens de opleiding minstens één keer naar het buitenland. Ín aoc-land is dat relatief veel. In sommige opleidingen is een buitenlandse verblijf makkelijker te realiseren dan in andere. Dat heeft met de stagevorm te maken, legt Van der Pol uit. “In onze dieropleidingen heb je vooral blokstages, een paar weken achter elkaar. Dan is het veel makkelijker een buitenlandse stage te organiseren dan bijvoorbeeld bij een lintstage of een bbl-traject waarbij je tussendoor naar school moet.”

 

Verplicht

Toch had ook de buitenlandse stage voor de paraveterinairen aanvankelijk nogal wat voeten in de aarde. “Dat gaat je niet lukken, zeiden mensen, maar ik heb me geïnformeerd, ik ben naar de National Sheep Association gegaan en ik heb scholen bezocht. Op de agrarische school in Newtown sprak hij Martin Watkin die een vergelijkbare taak in internationalisering heeft als Van der Pol. “Ik zei: ik wil graag voorlichting geven op jouw school voor een groep bedrijven. Dat was een succes en vervolgens ben ik die bedrijven gaan bezoeken om te kijken of ze geschikt waren en studenten konden huisvesten.”

Vanaf 2004 begon het langzaam te rollen, zegt Van der Pol. “Zozeer zelfs dat we een jaar of acht geleden gezegd hebben: we gaan dit voor de paraveterinairen verplicht stellen.” Nu gaan er jaarlijks ruim vijftig mbo’ers paraveterinair een maand naar Wales. Toen bekend werd dat je naar Wales gaat als je de opleiding paraveterinair volgt bij Lentiz Maasland, groeide die opleiding. En Lentiz wil na dit succes ook leerlingen van dierverzorging zo’n buitenlandse stage laten doen.

 

'Ze gaan weg als 17-jarige kinderen, je krijgt jongvolwassenen terug'

 

Zelfvertrouwen

Dat is Wales, maar internationalisering is meer. Het is soms een drempel over gaan. Het is de wijde wereld instappen. En het kan je leven veranderen. “Er was dat meisje”, zegt Van der Pol. “Haar Engels was absoluut niet goed, maar ze zei: ik ga het doen en ik ga het alleen doen. Dat is nogal wat, want leerlingen gaan zelden alleen. Ze willen met een vriend of vriendin, iemand van school op wie je kan steunen. Maar alleen leer je de taal veel beter. Dat realiseerde ze zich ook.”

“Ze huilde in de bus toen ze erheen ging, want ze was bang. En echt, een maand later huilde ze toen ze terug kwam, omdat ze niet er meer weg wilde. In het nagesprek huilde ze weer. Ze kwam nauwelijks uit haar woorden. Ze zei: ik ben zo dankbaar dat ik dit heb kunnen doen. De eerste paar dagen waren moeilijk, maar daarna voelde ik me er zo thuis.”

Brenda Boer (17) en Elianne Bos (17), tweedejaars paraveterinair, gingen wel met z’n tweeën. Ze zijn vier weken naar Spanje geweest. Ze liepen mee in een groot hondenasiel in La Cala de Mijas, een plaatsje in het zuiden van het land, dichtbij Málaga. “Het was de eerste keer dat ik zelfstandig weg was”, zegt Brenda. “We zaten er met meer stagiairs in een appartement”, zegt Elianne. “Heel leuk. En ja, we hebben echt meer zelfvertrouwen gekregen.”

Henk van der Pol met leerlingen Brenda Boer (l) en Elianne Bos

 

Wereldburgers

Jaarlijks gaan er van Lentiz Maasland nu misschien wel 120 mbo’ers (van de ongeveer 500) naar het buitenland. Dat de school tweede in de JOB-enquête stond, heeft misschien wel met die internationaliseringsaanpak te maken. Collega Leon Verdoes vindt het heel belangrijk dat onderwijs daar aandacht aan besteedt. “Voor de loopbaan van deze mbo’ers, die als ze ondernemers worden toch vaak lokale ondernemers zijn, is het geen noodzaak, maar het draagt enorm bij aan je persoonlijke ontwikkeling als je ziet dat de wereld verder gaat over de grens.”

“Ik wil ze laten zien dat de wereld groter is dan Nederland, en dat ze wereldburgers zijn”, zegt Van der Pol. Het verandert leerlingen enorm, denkt hij. “Ze gaan weg als 17-jarige kinderen, maar als ze terugkomen zijn het geen kinderen meer. Je krijgt jongvolwassenen terug.”

 

‘Gambia heeft me veranderd’

 

“Ik vond het heel fijn in Gambia”, zegt Delfin van Dreumel (17), eerstejaars paraveterinair bij Lentiz Maasland. Ze is er in maart 2016 een week geweest. “Iedereen was zo vreselijk aardig en vriendelijk. Je beseft als je daar rondloopt, wat je allemaal hebt en je voelt je een soort van schuldig daarover. Daar heeft iedereen niets en wat ze hebben, delen ze nog met elkaar.”

 

Leon Verdoes, docent van Lentiz Maasland, heeft acht jaar geleden de basis gelegd voor deze week, of beter, voor het Gambiaproject van de school. Hij oriënteerde zich samen met een collega van de afdeling Cursus en Contract bij de lagere school waarmee er contacten waren. “Ik ben verliefd geworden op West-Afrika”, zegt hij. “Het heet niet voor niets the smiling coast van Afrika. Dat begrijp je als je ziet dat mensen in armoede en met de beperkte middelen die ze hebben, zo vrolijk zijn. Terwijl we hier maar lopen te mopperen. Je gaat dan anders naar het leven kijken, naar de betekenis van geld.”

 

Elk jaar zamelen school en leerlingen sinds de start van het project met allerlei activiteiten zo’n 10.000 euro in om in Gambia een week lang de handen uit de mouwen te kunnen steken. “We gaan er dan heen voor een week in maart, een groep van totaal zo’n tien vmbo’ers, mbo’ers en een paar docenten. We hebben een groentetuin aangelegd, een waterput geslagen en sport en spel georganiseerd”, vertelt Verdoes. “Ik denk dat zoiets vanuit groen onderwijs makkelijker is. Een tuin aanleggen of een waterput slaan zijn toch dingen die daar relevant zijn. En misschien zijn kinderen in groen onderwijs ook wel meer geneigd tot zorg en sociale motivatie. Ze zijn waarschijnlijk meer betrokken bij de zorg voor hun omgeving als ze echt bewust voor dit onderwijs kiezen.”

 

Selfie van Delfin van Dreumel in Gambia

 

Sander Lansbergen (22), eerstejaars hovenier, is twee jaar geleden in Gambia geweest. “Je leert jezelf wel kennen”, zegt hij. “Het heeft mijn way of life veranderd. Als je na zo’n reis weer op school komt, voel je je haast een vreemde. Je kijkt anders en je ziet waar mensen allemaal mee bezig zijn.”

“Je gaat bewuster consumeren”, zegt Delfin, “en je denkt ook, waarom zou ik over dingetjes klagen of zeuren? Later betrap je je er wel eens op dat je toch weer over iets kleins valt. Maar ik denk serieus nog bijna elke dag aan Gambia. Ik zou heel graag terug willen.” Verder droomt ze van een toekomst in een rescue team. “De wereld rondreizen en verwaarloosde dieren helpen. Dat bijvoorbeeld olifanten of circusdieren weer een goed leven krijgen.”

 

“Bij vertrek was ik wel zenuwachtig, want hoe zijn de mensen, hoe ga je je redden, wat ga je meemaken?”, zegt Delfin. “Het was eerst ook eng om mensen aan te spreken in het Engels, maar nu vind ik het zelfs leuk om te vragen hoe hun cultuur is en hoe ze in het leven staan. Ik ben veel zelfverzekerder geworden. Ja, dit heeft me wel gemotiveerd nog beter Engels te leren.”

 

De impact van ‘Gambia’ is blijvend. “Ik leerde er een meisje kennen dat schoonmaakster was,” vertelt Delfin. “18 jaar oud. Ze had zulke heftige verhalen over haar leven, wat ze moest doen om te overleven. Dan denk je: eigenlijk hoort iemand van die leeftijd dat allemaal niet mee te maken. Ik heb veel kleding en schoenen achtergelaten. Maar je moest flink aandringen: ‘nee, ik heb dit echt niet nodig.’ Uiteindelijk was ze heel dankbaar. Je kunt echt veel van hen leren.”

 

'Kinderen in groen onderwijs zijn waarschijnlijk meer betrokken bij de zorg voor hun omgeving als ze echt bewust voor dit onderwijs kiezen'

 

>> download.artikel