Studenten nemen agrarisch thuisbedrijf mee in de klas

Studenten nemen agrarisch thuisbedrijf mee in de klas

 

NAJK-bestuurslid Bart van der Hoog pleit voor een brede opleiding op school, met persoonlijke ontwikkeling en visievorming. Nadenken over de vraag: wat speelt er in de sector en welke rol ga ik op me nemen? Schooltijd biedt volop gelegenheid om rond te kijken.

 

“Je blijft voor je leven verbonden met school”, zegt Bart van der Hoog (1989). In zijn geval is dat CAH Dronten, nu Aeres Hogeschool. Van der Hoog is sinds juli 2016 bestuurslid bij het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK), portefeuille melkveehouderij. Hij werkt in maatschap met zijn ouders op een melkveehouderij. En hij freelancet bij PPP-Agro Advies.

 

Band

Van der Hoog kwam op z’n 17e op kamers in Dronten. “Een supertijd”, vindt hij. “Vooral het eerste jaar als je nog je balans moet vinden tussen de uitdagingen van het studentenleven en presteren op school. Het is ook goed om een tijdje los van je ouders te komen en wat afstand tot het bedrijf thuis te hebben.”

“Op de havo was het niet gebruikelijk over de boerderij thuis te spreken, maar in Dronten werd je ernaar gevraagd. Iedereen heeft dezelfde achtergrond en dat versterkt de band. Er is omdat mensen het agrarisch bedrijf thuis als het ware meenemen naar school, meer dialoog in de klas. Over de dingen die je hoort op school, praat je in het weekend met je ouders. Je komt dan weer met nieuwe vragen op school. Een voordeel van zo’n studie met studenten met een agrarische achtergrond is ook dat in de laatste jaren van de studie gelijkgestemde studenten je stimuleren om verder te gaan en groter te denken.”

Doorontwikkelen

“Het hbo moet vooral de eerste twee jaar veel breedte bieden. Misschien ben je als je Veehouderij doet, erg koegericht, maar een bredere blik ontwikkelen, vind ik heel belangrijk. Ik weet zo nog van een excursie naar een innovatief tuinbouwbedrijf in het Westland, een ervaring die je je hele leven bijblijft.”

“Hbo is ook wel nodig, wil je agrarisch ondernemer worden. Een 20-jarige oud-mbo’er heeft meestal niet de skills om tegenspel te bieden aan een bankier of een accountant, hij is gewoon nog niet klaar. Het zelfstandig leiden van een bedrijf is ook complexer geworden. Je moet behalve voor de financiële aspecten oog hebben voor de omgeving en de maatschappij. Dat was vroeger geen issue. Er komt meer bij kijken en dat vraagt meer van het onderwijs. Mijn suggestie zou zijn: doorleren of werkervaring opdoen, doorontwikkelen in elk geval. Maar de gedachte is vaak: ach, op school leer je weinig, ik ga liever werken.”

'Onderwijs kan helpen om bijvoorbeeld veranderingen te realiseren in het verdienmodel van de agrarische sector dat we nu hebben'

 

Brede opleiding

“Ik snap dat wel, maar het is niet terecht. De agrarische sector is er mede verantwoordelijk voor dat school zo wordt gezien. Misschien leer je op het mbo niet alles wat je nodig hebt voor je werk, maar schooltijd biedt wel een goede mogelijkheid om rond te kijken. Ik denk dat je ook op het mbo een brede opleiding moet doen.”

“De kennis op school is soms onvoldoende. Kijk bijvoorbeeld naar weidegang. De markt vraagt nu aandacht daarvoor en scholen zouden er meer kennis over moeten binnenhalen: wat betekent het voor bemesting, voeding, financiën? Dat wordt wel gedaan, maar niet snel genoeg. Als school moet je meer naar de toekomst kijken.”

“Zo zijn er meer thema’s te bedenken. Het kan bijvoorbeeld niet zo zijn dat agrarische studenten nooit in aanraking zijn geweest met biologische landbouw. In mijn tijd werd daar best negatief over gedaan: wij waren van de echte bedrijven. Maar je moet weten waar je over spreekt: ik vind dat iedere agrarische student zelf moet ervaren wat de biologisch landbouw inhoudt, want alleen dan weet je of dit bij je past. ”

 

Verdienmodel

“Zaken kunnen snel veranderen, en juist leraren op groene scholen moeten het overzicht hebben. Onderwijs kan helpen om bijvoorbeeld veranderingen te realiseren in het verdienmodel van de agrarische sector dat we nu hebben. Je kunt er een visie ontwikkelen en leraren moeten een inspiratie zijn voor zo’n visie.”

“Op school verdiep je je in de vraag: welke kant gaat het op met de landbouw? En als agrarische student moet je weten waar je straks instapt. Je moet er nadenken over alternatieve verdienmodellen: energie, agrarisch natuurbeheer, kaasmaken. Een plan B. De school moet jou als het ware een vergezicht bieden.”

 

Kritisch

“Een boodschap voor groen onderwijs? Kwaliteit moet voorop staan, en een goede visie op de toekomst is belangrijk. Van daaruit kun je handelen. Persoonlijke ontwikkeling is in mijn ogen ook een aspect van kwalitatief goed onderwijs. Je hebt er zelfbewuste mensen nodig, mensen die weten: hoe zit ik in elkaar? Hoe is dat met het bedrijf en de maatschappij? En je moet kritisch durven zijn, op jezelf – misschien moet ik me aanpassen? – op je omgeving en de afnemers. Alleen met dat soort studenten komen we als sector verder.”

 

>>download.artikel