Wagenings onderwijs gaat over maatschapij

Wagenings onderwijs gaat over maatschappij

 

“We willen niet alleen de beste blijven”, zegt Arthur Mol, rector magnificus van Wageningen University, “maar ook blijven bijdragen aan oplossingen voor maatschappelijke problemen zoals het klimaat.” Hij vertelt over grote betrokkenheid daarbij van studenten en docenten.

“In Wageningen heb je veel wisselwerking met de maatschappij”, zegt Arthur Mol, sinds mei 2015 rector magnificus van Wageningen University. “Je gaat als student aan de slag met vragen die daar leven. Dat levert een type kennis en skills op die ook echt betrokken zijn op die maatschappij. Sowieso is groen onderwijs heel erg gericht op de beroepspraktijk.”

 

Interactie

Mol (1960) vertelt dat hij zelf ook naar Wageningen kwam vanwege de interactie van mens en maatschappij. Hij studeerde er milieuwetenschappen. Na promotie op de Universiteit van Amsterdam keerde hij terug naar Wageningen en werd in 2000 hoogleraar milieubeleid. “Wat ik mooi vond in Wageningen is dat je er flexibel een pakket kon samenstellen. Dat kan nog steeds. Bijzonder is ook dat je altijd met levend materiaal werkt. Daarom ben ik teruggekomen.”

De relatie met de maatschappij is misschien niet uniek, maar wel bijzonder uitgewerkt. Mol: “Je ziet het in allerlei facetten. Bijvoorbeeld in de sterke banden met het vakministerie en met bedrijfsleven. Werkgeversorganisaties zijn vertegenwoordigd in werkveldcommissies per opleiding. Zij passen het onderwijs aan aan de eisen van de tijd.”

 

One Wageningen

Dan is er de relatie met toegepast onderzoek. “Met DLO (de instituten die voorheen benoemd werden als Dienst Landbouwonderzoek, nu Wageningen Research) realiseren we een hele sterke verbinding van fundamenteel onderzoek (op de universiteit) met toepassingsonderzoek (DLO). Dat hebben we in de organisatie steeds verder geïntegreerd. En dat willen we het liefst nog verder integreren. One Wageningen is onze slogan voor een traject waar we al 15 jaar aan werken.”

Mol maakt zich zorgen over die integratie als onderwijs en onderzoek onder twee ministeries gaan vallen. “Het zou buitengewoon jammer zijn als universiteit en research uit elkaar worden gedreven. Ook werkgevers, die juist blij zijn met de integratie, delen die zorg.” Wat de situatie zo bijzonder maakt, is volgens Mol dat Wageningen Research direct toegang heeft tot studenten en andersom, studenten tot onderzoek. “Volgens mij zie je dat nergens in deze mate. Bij andere onderzoeksinstituten is meer vergrijzing, maar bij ons is er met de grote deelname van studenten aan onderzoek heel veel dynamiek.”

 

Betrokkenheid

De maatschappelijke betrokkenheid bepaalt deels ook de didactiek. Probleemonderwijs en activerend leren. Interdisciplinaire studentengroepjes verdiepen zich in een vraag uit de beroepspraktijk, bijvoorbeeld van maatschappelijke organisaties of mkb-bedrijven. “Je leert dan hoe je onderzoek doet voor een opdrachtgever en hoe je met die opdrachtgever communiceert. Vergaderen, plannen, begroten, dat levert veel additionele skills op. Dat geeft ze een voorsprong op andere typen van onderwijs.”

Studenten kiezen volgens hem heel bewust voor de studie en niet voor de stad. “Het zijn meestal heel actieve en zeer gemotiveerde studenten, studenten die bijvoorbeeld echt iets willen betekenen in het voedsel- en verdelingsvraagstuk in de wereld en niet alleen maar komen om vakjes te volgen.” Net als studenten kenmerken volgens hem ook docenten zich door hun sterke betrokkenheid op de maatschappelijke problematiek.

 

Internationaal

Mol noemt verder de internationalisering, waarbij Wageningen voorop loopt. Hij verklaart dit uit de koloniale tijd waarin Wageningen veel tropische studies opzette. “We hebben die internationale oriëntatie vast kunnen houden en voor gemakkelijker deelname van buitenlandse studenten protocollen gestandaardiseerd. Zo hebben we hier een hele internationale setting gekregen. Je krijgt met een internationale groep in de collegebanken een heel andere discussie dan dat je alleen met Nederlandse studenten zou hebben. Als docent moet je dan een internationaal verhaal houden.”

 

Ontwikkelagenda

“We lopen wat internationalisering betreft in Wageningen voorop, maar groen hbo en mbo gaan daarin nu ook mee. Daar hebben we afspraken over gemaakt in een gezamenlijke ontwikkelagenda.” Daarmee verwijst Mol naar de samenwerking binnen groen onderwijs. “We kunnen elkaar goed vinden rondom de Groene Tafel. Er zijn ook veel gemeenschappelijke thema’s. Studenten zijn misschien verschillend, maar het soort onderwijs, gericht op groene omgeving en maatschappelijke problematiek, lijkt op elkaar. Net als de afnemers in de beroepspraktijk.” De samenwerking heeft volgens Mol grote voordelen voor doorstroming. “De uitwisseling van kennis en leermiddelen valt nog wat tegen. Het hielp toen dat gesubsidieerd werd, maar je krijgt docenten vaak moeilijk in beweging om met vakgenoten van andere onderwijsinstellingen in discussie te gaan.”

Mol is heel trots op de positie als ‘beste universiteit’ in Nederland en de enorme faam in het buitenland. “Ik ben er altijd het meest trots op dat in relatief korte tijd een universiteit die werd bedreigd met opheffen, nu bijna overal op 1 staat. De beste landbouwuniversiteit van de wereld. Daarmee zetten we een klein stadje in een klein landje prachtig op de kaart.”

 

'Het zijn meestal heel actieve en zeer gemotiveerde studenten, die bijvoorbeeld echt iets willen betekenen in het voedsel- en verdelingsvraagstuk in de wereld'

 

>> download.artikel