Aeres 04 maart 2019

Project leert landbouwonderwijs in Myanmar anders te denken

Project leert landbouwonderwijs in Myanmar anders te denken

Myanmar wil niet alleen zelfvoorzienend zijn, maar op termijn voedsel gaan exporteren. Het onderwijs dat Medewerkers van Aeres in Myanmar aantrof was star. Lestijden en curriculum waren uniform. Er werd geen rekening gehouden met lokale mogelijkheden en beperkingen van grondsoorten, klimaatomstandigheden of gewassen. Arie de Jong reisde samen met zijn collega Teus Korevaar in 2015 naar Myanmar om de stand van zaken van het landbouwonderwijs op te maken.

Hij deed dit op verzoek van de toenmalige landbouwattaché Geert Westenbrink. Hij richtte de aandacht met name op het agrarisch middelbaar beroepsonderwijs. Het onderwijs dat De Jong in Myanmar aantrof was star. Lestijden en curriculum waren uniform. Er werd geen rekening gehouden met lokale mogelijkheden en beperkingen van grondsoorten, klimaatomstandigheden of gewassen. Het ministerie van landbouw van Myanmar is centralistisch ingericht en is ook verantwoordelijk voor het landbouwonderwijs. Dat heeft volgens De Jong het voordeel dat de lijnen kort zijn: ‘Je hoeft niet alle niveaus apart te overtuigen’. De opleidingen bevatten wel veldwerk en praktijklessen, maar de groepsgrootte is een belemmering voor het aanleren van vaardigheden.’

Projectleider Arie de Jong van Aeres schetst hoe dit project van Wageningen UR, de AOCs Lentiz en Wellant, MDF en Aeres uitgroeide tot een succesverhaal.

Twee dagen reizen
In overleg met het ministerie in Myanmar werd bepaald dat de projectopdracht gericht moest zijn op sectorale verscheidenheid en arbeidsmarktgericht en competentiegericht onderwijs. Aeres en het Myanmarese ministerie van Landbouw, Irrigatie en Veeteelt werden samen verantwoordelijk. De Jong formeerde een Educational Support Team (EST), met mensen uit het trainingscentrum van het ministerie van Landbouw van Myanmar, het ministerie zelf en vertegenwoordigers van de pilotscholen. Myanmar bood verrassend veel ruimte voor uiteenlopende meningen, en het enthousiasme en de betrokkenheid was op alle niveaus groot. Bij bijeenkomsten waren de headmasters van alle scholen steevast aanwezig, terwijl dat voor velen toch vaak twee dagen reizen betekent. Die omstandigheden zorgden er volgens De Jong voor in het landbouwonderwijs van Myanmar, ondanks de traditionele, leerstofgerichte didactiek toch snel veel veranderingen konden worden doorgevoerd. Het proces wordt door Aeres aangestuurd.

 
Vernieuwd curriculum
Arie de Jong startte in 2015 en al in november 2018, bij de start van het Myanmarese schooljaar, werd voor 1200 eerstejaarsstudenten een vernieuwd curriculum ingevoerd. In eerste instantie voor bekende vakken, waarvoor de didactiek is aangepast. De scholen werken nu met lesplannen en activerende werkvormen, en er is een nieuw vak ingevoerd: social skills, gericht op ondernemerschap, arbeidsmarkt, samenwerken en samenwerkend leren. Er is een start gemaakt met het invoeren van de beroepsprofielen landbouwvoorlichter en ondernemer. De Jong: ‘Als je het voor elkaar krijgt dat in heel Myanmar in te voeren, bouw je op termijn het landbouwonderwijs van de grond af opnieuw op.’

 
Verschillende kennis, hetzelfde niveau
In het tweede en derde jaar worden er regionale specialisaties aan het curriculum toegevoegd. Er komen drie specialisaties, zogenaamde advanced technical modules (ATM’s), en er kan per school worden gekozen uit bijvoorbeeld rijst, aardappels, dairy of poultry.


Ga naar originele nieuwsbericht

Meer nieuws